Wat is eigenlijk een ¼ tonner?

Een ¼ tonner is een zeilboot die tussen van 1967 t/m 1970 een RORC Rating (wedstrijdmaat, dus niet de lengte in feet/voet) van maximaal 16 ft had, van 1971 t/m 1978 een IOR Rating tussen 17 – 18 ft had en/of tussen 1979 en 1996 een IOR Rating tussen 17,5 – 18,5 ft had. Boten die aantoonbaar aan deze criteria voldoen kunnen worden opgenomen in het klassement van de Dutch Quarter Ton Cup (DQTC).

Het bestuur van de Nederlandse ¼ Ton Vereniging krijgt regelmatig verzoeken van eigenaren die graag met de DQTC mee willen doen, maar niet zeker weten of hun boot wel een ¼ tonner is. We zijn van mening dat de DQCT geen ‘oude boten cup’ moet worden en alle verzoeken worden dus besproken.

Er zijn in het verleden speciaal voor deelname aan een Quarter Ton Cup veel one off ¼ tonners gemaakt. Er zijn echter ook heel veel in serie gebouwd die binnen de ¼ ton rules vielen. Enkele voorbeelden zijn de Albin 79 en Accent, Carter Dingbat, Contest 25, Defender 15, Drifter 25, Ecume de Mer, Eyghtene 24, Extra Paulette, Friendship 26, Gibsea 80 plus, Oceaan 25, Robber 3 en 3E, Ruffian 23, Spirit 24, Tequila Sport, Waarschip 725 of 1/4 ton, Westerly GK24 en Zeeton 24.

In de ¼ ton jaarboeken staat ook veel informatie over de geschiedenis van de ¼ tonners. De boeken zijn als PDF te downloaden van de pagina Media op deze website.

IOR was hot!

Artikel uit jaarboek 2024

De International Offshore Rule (IOR) was een handicapformule voor het wedstrijdzeilen met kajuitzeilboten. De IOR is ontstaan uit de regels van de Cruising Club of America (CCA) en die van de Royal Ocean Racing Club (RORC). De IOR concentreerde zich op de rompvorm en dan meer specifiek op de lengte, breedte, vrijboordhoogte en vorm, tuigage en stabiliteit. Daarnaast werden binnen de IOR-regels penalty’s gegeven voor kenmerken die mogelijk gevaarlijk of niet eerlijk waren. De uitkomst van de IOR-meting was een uitkomst in feet. Het had dus niets met het gewicht te maken. Hoe hoger de handicap, hoe sneller de boot zou moeten kunnen varen.

In de geschiedenis van de ¼ ton klasse werden de IOR-regels een aantal keer bijgesteld waardoor de bootjes aanzienlijk veranderden en groter, sneller en minder extreem werden.

1967 – 1970 – 15ft. Rating RORC

1971 – 1978 – 18ft. Rating IOR

1979 – 1996 – 18,55 ft. Rating IOR

De IOR-regel moedigde korte, brede boten aan met een beperkte stabiliteit. De gebruikelijke smalle waterlijn maakte de bootjes wiebelig, en het bemanningsgewicht in de rail was dan ook erg belangrijk als het begon te waaien. Lage stabiliteit werd (tot op zekere hoogte) binnen de IORregels aangemoedigd. Door deze regels wonnen rond 1977 boten met interne ballast en vaak een ongeballast midzwaard. De organisatie die de regels controleerde, besefte dat deze ontwikkeling niet geschikt was voor zeewaardige jachten, en de midzwaarden kregen een zware penalty.

Bijna alle metingen waren zogenaamde puntmetingen. Het betekende dat de romp op bepaalde punten werd gemeten. Dit zorgde voor soms vreemde rompvormen met hobbels en bobbels. De stabiliteit werd bij de meting gemeten zonder bemanning en apparatuur aan boord . In de haven lagen de bootjes leeg dan ook voorover, wat tijdens het zeilen werd gecompenseerd door de bemanning. Andere meetonderdelen waren het formaat van de schroef, de ‘hoeveelheid’ accommodatie binnen, de veiligheidsuitrusting (volgens voorschriften) en het gelimiteerde aantal zeilen aan boord. Later werden grenzen aan bemanning geïntroduceerd, evenals de beperkingen voor het gebruik van exotische materialen.

Verrekening van de handicap

In een zeilwedstrijd die op handicap werd verzeild, werd een tijdfactor berekend. In Europa werd deze berekend aan de hand van de duur van de wedstrijd (in seconden per uur), bekend als Time on Time. In de VS hadden ze de voorkeur om de tijd factor te baseren op de lengte van de race (seconden per mijl), bekend als Time op afstand. Tijd op afstand was eenvoudiger te berekenen, maar significante afwijkingen, bijvoorbeeld door het getij, zorgden voor aanzienlijke afwijkingen. De latere ontwerpen werden gematigder, omdat meer wedstrijden rond boeien werden verzeild dan langere offshores. Ook moesten de rompen strokend worden ontworpen.

Leeftijdscorrectie

Boten gingen om twee redenen maar kort mee. Ten eerste werden de ontwerpen ieder jaar beter en dus sneller, en ten tweede veranderden de regels telkens en vonden ontwerpers ‘mazen in het net’. Oude 1⁄4 tonners kregen ook een leeftijdscorrecie zodat ze langer competitief konden blijven. Zo won door Alain Jezequel ontworpen B & BV de Quarter Ton Worlds van 1994, terwijl ze in 1979 als Paola V al zevende werd. De boten kregen in de loop der jaren vaak wel een modernere tuigage